Wachtkamer

Square

“Zo,” zegt de man van middelbare leeftijd of eigenlijk meer een beginnende bejaarde, terwijl hij een nummertje trekt. Hij wendt zich tot de enige andere vrouw in de wachtkamer. “Rustig”, zegt ze met onvervalst Breukelens accent, dat klinkt als een zachte afgeleide van het ‘plaat Utregs’.

De oude man negeert haar opmerking en wijst naar mij, “die mevrouw hoeft niet te prikken?” Ik kijk niet op en doe alsof ik zwaar geconcentreerd lees. Maar ik ben al lang afgeleid door de Muzak uit de geluidsboxen en het grote beeldscherm aan de muur. Ik begrijp nu de stapel tijdschriften in wachtkamers.

“Ik bof”, vervolgt de man. Als hij zit zie ik vanuit mijn ooghoeken dat zijn blauw en zwart gestreepte sokken matchen met zijn gestreepte poloshirt in dezelfde kleuren. Zijn vrouw legt vast zijn kleren elke dag klaar. “Gisteren was het druk, echt heel druk”, zegt de vrouw weer. “Toen ben je maar weggegaan” ? concludeert hij meer dan dat hij vraagt. “Ja, rechtsomkeer” antwoordt ze.

Dan gaat de deur open en roept bloedprikmevrouw: “nummer 36”. Ik reageer niet en lees nog steeds niet. De vrouw staat op. “Ah, zegt de man met streepjespolo en kijkend naar het nummer in zijn hand, “37 dat ben ik”. Maar de vrouw is al door de deur verdwenen. “Wat een bof”, zucht hij zacht en verfrommelt zijn nummer.

.20140108_091658_resized

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *